Missie: Voorkom maaislachtoffers!

 

Kijk de video: Voorkom maaislachtoffers
https://www.over-reeen.nl/Portals/0/video/2020_voorkom_slachtoffers_maaien.jpg?ver=2020-05-22-170612-823
https://www.over-reeen.nl/Portals/0/video/wel_en_wee_ree.mp4
Op initiatief van J.Brinkman en H. van der Wal ontstane film over praktische manier om slachtoffers bij maaien hooigras te voorkomen.
Geproduceerd door: D.Bulten
Gesteund door regio Achterhoek van Vereniging Het Reewild

12-05-2007

Veel van wat je nodig hebt staat op deze website en kun je tonen, kopiëren en printen.

Bepaal eerst wat je wilt vertellen. Bijvoorbeeld waar reeën leven en hoe je een mannetjes ree (reebok) van een vrouwtje (reegeit) onderscheid. Daarna kun je iets over hoe ze leven en hoe we helpen reeën te redden van de machines.

Bijvoorbeeld door het voorkomen van slachtoffers tijdens het maaien. Tijdens je spreekbeurt zou je een fladderzak kunnen maken van een afvalzak! Wat een fladderzak is lees je op deze pagina. Klik op de grijze tekst om meer inhoud te zien.

We hopen dat we je zo helpen. Jij kunt ons ook helpen. Laat daarom foto's maken van je spreekbeurt en stuur deze aan ons! Alvast bedankt. Succes!!

Het voorkomen van maaislachtoffers vraagt om een zorgvuldige voorbereiding. De activiteiten bestaan uit:

  • Maand voor werkzaamheden betrokkenen activeren (telefoontje\bericht aan grondgebruiker, maaier en vrijwilligers waaronder natuurdrone-team)
  • Het werk afstemmen
    • Wat (maaien, hotspots detecteren, vreemd maken)
    • Waar
    • Wanneer
  • Enkele dagen voor de werkzaamheden de afspraken bevestigen 

Het is hierbij belangrijk dat de opdrachtgever en/of grondbewerker het team samenbrengt en informeert. Dat is een stevige basis. Afnemers van diensten en producten merken dat met als gevolg dat het beschermen beter en gesteund, wordt.

Raadpleeg de pagina: Natuurdrones op de Kaart
Bekijk en print de poster: Voorkom slachtoffers maaien
Bekijk en print de folder: Slachtoffers maaien voorkomen
Bekijk en print de instructie: Maai van Binnen naar Buiten

Voor natuurdrone-teams: 
Raadpleeg de pagina: Drones redden reeën
Raadpleeg de pagina: Een natuurdrone voor ...
Raadpleeg de pagina: Natuurdrone vrijwilligers

Wet Natuurbescherming Art. 1.11

  1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor ... voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
  2. Die zorg houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor in het wild levende dieren en planten:
    1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel,
    2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of
    3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
  3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het op basis van deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

Wet Natuurbescherming Art. 3.10

  1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden:
    1. in het wild levende zoogdieren, waaronder het ree en amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers opzettelijk te doden of te vangen;
    2. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen, of
    3. vaatplanten van bepaalde soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

In lid twee van dit artikel staat dat de provincie ontheffing of een vrijstelling kan geven van bovenstaande handeling(en);

  1. als er:
    1. geen andere bevredigende oplossing bestaat;
    2. Zij nodig is:
      1. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben;
      2. ​voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of
      3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;
      4. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;
      5. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
    3. geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.​
  2. De noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verbandhoudt met handelingen:
    1. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde;
    2. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen;
    3. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;
    4. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren
    5. In het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw
    6. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;
    7. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied
    8. in het algemeen belang
    9. bestendig gebruik.

Dat doet u door het te maaien gebied vreemd te maken!! De combinatie van opsporen, veiligstellen en vreemd maken voorkomt dat de dieren in het perceel zijn ten tijde van de werkzaamheden.

Beter iets doen dan niets doen.

Als mei en juni verrassend warm worden krijgen de reeën hun kalveren.

afbeelding: Reekalf in lang gras


In die periode zetten de reegeiten gemiddeld één reekalf. Maar twee en drie komt ook voor. De reegeit en het reekalf komen dagelijks maar gedurende een korte tijd bij elkaar. Om te zogen fiept de reegeit het reekalf naar zich toe om te zogen. Daarna verstopt het reekalf zich en ligt te wachten op wat komen gaat. Vaak gebeurt dat in de bosrand onder een struik. Het vertrouwt op de schutkleuren en het weinig afgeven van geuren.

Indien de reegeit, in deze eerste weken, bij de reekalveren is dan verdedigt de reegeit de kalveren door zich te laten zien. Bijvoorbeeld zie je dan dat een reegeit in het te maaien gras blijft staan. Of in geval van een hond negeert de reegeit de mens en benadert de hond om deze met de poten te slaan. Heeft u, in de zoogtijd, de indruk dat een reegeit, zich 'laat' zien, of uw hond aanvalt dan is dat hoogstwaarschijnlijk omdat er reekalveren in de buurt zijn! De reekalveren liggen soms tientallen meters uit elkaar. En dus een teken dat er slachtoffers kunnen vallen.

Reekalveren leren al in enkele uren zich te drukken voor gevaar. In een reflex laten ze zich vallen en drukken zich tegen de aarde. Hierdoor laten ze een zeer klein geurspoor achter en kost het predatoren veel moeite om de geur van het reekalf van de reegeit te onderscheiden. Die bovendien in de omgeving de aandacht van de belager probeert te trekken. Echt vluchten doen de jonge dieren niet. Na een korte vlucht, zullen jonge reekalveren proberen zich te verschuilen. Een heel succesvol gedrag.
Als het gras rijp wordt ligt het reekalf daar graag in. Met wat we nu weten is dat helaas slecht als een maaimachine het leven van het dier bedreigt. Als het niet al direct wordt geraakt zal het na een korte vlucht zich drukken. Plots is deze verdwenen. Omdat het dier zich drukt wordt het slachtoffer van het maaien.

Reekalveren zijn niet de enige slachtoffers van maaien van hooiland. Als u meer wilt lezen over de effecten van hooien op de fauna raden we u aan Wiessen ernteprocessen und die wirkung auf die fauna te lezen.

Help om slachtoffers maaien te voorkomen

In het wild levende dieren opsporen en in veiligheid brengen is onderdeel van het grondgebruik en natuurbeheer! Het opsporen, in veiligheid brengen en eventueel vastzetten van de reekalveren is alleen toegestaan als er op korte termijn een bedreiging plaatsvindt, zoals maaien! Om de slachtoffers te voorkomen wordt het perceel vreemd gemaakt en worden de dieren opgespoord en in veiligheid gebracht.

Voor het opsporen van dieren zijn diverse methoden ontwikkeld. Eén daarvan is het opsporen van nesten, eieren en dieren met drones. Dit noemen we ook wel schouwen. Tijdens het schouwen, ziet de dronepiloot aan een hotspot waar de verblijfplaatsen van reeën en andere dieren zoals patrijzen, fazanten en weidevogels zijn. De methode maakt het mogelijk om ongeveer zes hectare per uur af te zoeken en in enkele gevallen is het mogelijk de coördinaten vast te leggen en te verzenden naar de wildredders.

Daar waar niet met drones mag worden gevlogen komt het voor dat met vrijwilligers en honden de percelen worden afgezocht en de dieren in veiligheid gebracht en soms vastgezet. De dieren worden vastgezet om te voorkomen dat de dieren teruggaan in het te maaien perceel. Het in veiligheid brengen van de dieren brengt enorm veel stress en voor de reegeit vreemde geuren met zich mee. Toch wordt slechts 25% van de in veiligheid gebrachte reekalveren door de moeder verstoten. Dit percentage kan veel lager worden door een nette werk wijze.

Afbeelding: Reekalfjes opsporen en veiligstellen


Het helpt als bekend is waar zich reeën en hun jongen ophouden. Dat is vooral te zien maar ook af te leiden uit gedrag van de reegeit. In de eerste weken bewaakt en 'verdedigt' de reegeit de reekalveren. Bijvoorbeeld zie je dan dat een reegeit opvallend, open en bloot, blijft staan. Ze lijkt het gevaar te negeren en benadert bijvoorbeeld aanwezige hond(en) om deze af te leiden of aan te vallen door te trappen. Heb je de indruk dat een reegeit zich 'laat' zien dan is dat hoogstwaarschijnlijk een teken dat er reekalveren in de buurt zijn! En dus ook een aanwijzing om extra alert te zijn op reekalveren in het te bewerken gewas.

Een reekalf is nooit ver van de reegeit. Het jonge dier vertrouwt op de schutkleur en het ontbreken van lichaamsgeur. In de eerste twee weken zal het daarom niet vluchten maar houdt zich stil en drukt het lichaam tegen de bodem.

Binnen enkele weken leert het reekalf echter vluchten. Als het dier vlucht ga er dan niet achteraan jagen. Maak ook geen plotselinge geluiden. Het heeft namelijk geleerd zich onmiddellijk te laten vallen en alsnog te drukken. Dat drukken van het reekalf in combinatie met het gedrag van de reegeit werkt prima tegen roofdieren maar niet tegen machines. Laat het daarom vluchten tenzij het zich weer drukt.

Maar het is uit praktijkervaring ook gebleken dat de zeer jonge dieren zich drukken ten gevolge van het vreemdmaken. Dat zij blijven liggen tot het vreemde ‘gevaar’ geweken is bijvoorbeeld omdat de reegeit het ‘gevaar’ trotseerde of het reekalf roept. In dat stadium helpt alleen vreemdmaken niet. Het is ook dan noodzakelijk de dieren op te sporen en in veiligheid te brengen. Desnoods kun je het dier uit het gewas gedragen. Bedenk vooraf waar de reegeit mogelijk is om het reekalf daar, in die richting, weg te leggen.

Als de dieren wel kunnen vluchten is er een kans dat de dieren terug het vertrouwde perceel in gaan. Zorg daarom dat het perceel vreemd gemaakt is. En overweeg de aanvullende methode waarbij de jonge dieren gedurende de werkzaamheden worden vastgezet. We zien daarvan een veelheid aan methoden om reekalveren, jonge hazen of weidevogels in een wasmand, een eierkist of in een gazenkoker te houden. Lokaal is daarmee vaak ervaring. Graag ontvangen we die ervaringen. Natuurlijk zal in al deze gevallen rekening worden gehouden met het uitbreken van de jonge dieren.

Laat je niet weerhouden! 75% van de in veiligheid gebrachte dieren wordt gewoon weer door de moeder aangenomen.

Het is erg belangrijk om te zorgen dat de jonge dieren later door de moeder herkend worden. Die kans neemt aanzienlijk toe als de geur van het dier minder beangstigend is. Hoe meer de geur vertrouwd is hoe groter de kans dat de moeder het jong weer aanneemt. Daar kun je bij helpen.

Zorg dat het dier zo min mogelijk met vreemde voorwerpen in aanraking komt.

Draag tijdens het opsporen en in veiligheid brengen van wilde dieren geen nieuwe, net gewassen of ontsmette hulpmiddelen maar gebruik oude min of meer vergeten handschoenen, dozen, zakken en ander gereedschap. Die bij voorkeur in een natuurlijke omgeving zijn bewaard. Pluk lang gras en/of andere bladeren en zorg dat deze tussen het dier en de hulpmiddelen komen tijdens het oppakken en in veiligheid brengen!

Het maaien en oogsten van het gewas neemt al gauw twee dagen in beslag. Langer als een etmaal tussen de reddingsacties en het begin van de werkzaamheden is dan ook zelfs als de jonge dieren worden vastgezet zinloos. We zien namelijk dat de reeën en de wat oudere reekalveren al na een dag het vertrouwde perceel weer in gaan. Ook als dit is vreemd gemaakt. En er is twijfel of de reegeit het jong nog wel aanneemt nadat het twee of meer dagen is vastgezet.

De voorkeur heeft het daarom direct na het opsporen met het maaien te beginnen. Dat betekent in de praktijk ongeveer 9:00 u., dus voor de middag.

Het risico op het teruglopen lijkt veel minder groot als het opsporen en vreemdmaken de avond voor het maaien wordt gedaan. Kenniscentrum Reeën doet daar in de praktijk, onderzoek naar. Inmiddels is gebleken dat vreemdmaken zonder opsporen en in veiligheid brengen op de avond voor het maaien, voor zeer jonge reekalveren niet werkt. Er zijn echter ook positieve signalen als dit later in het seizoen wordt gedaan. Als of bij de wat oudere reekalveren het vluchten overheerst.

Er zullen altijd dieren in de maaimachine omkomen. Maar we kunnen het aantal slachtoffers beperken. Zo kunnen we ook de kleinere dieren en de meer mobiele dieren helpen aan het gevaar te ontkomen. Voor ons is dat de reden om naast de methoden van opsporen en in veiligheid brengen zoals hier beschreven, ondersteunen ook andere maaimachines aan bevelen en onderzoek doen naar efficiënt van binnen naar buiten maaien.

Als medewerker van een bedrijf kun je de werkmethoden aanpassen. Door het inpassen van de hier vermelde informatie bijvoorbeeld door het organiseren van vrijwilligers en materialen help je de in het wild levende dieren te beschermen.

Laat de dieren in hun leefomgeving. Help hen daar te overleven!

Kijk de video: Vreemdmaken met fladderzak
https://www.over-reeen.nl/portals/0/video/fladderzak_420.jpg
https://www.over-reeen.nl/Portals/0/video/Fladderzak.mp4
Geproduceerd door: Herzo van der Wal, Kenniscentrum Reeën
27-04-2018

Vreemdmaken is het onaantrekkelijk maken van een gebied voor wilde dieren door bijvoorbeeld geuren, geluiden en andere signalen. En het werkt zo merken natuurdrone piloten. In de percelen waar vreemd wordt gemaakt zijn aanmerkelijk minder reekalveren mits deze hebben leren vluchten. Dat maakt dat ook op de avond voor de werkzaamheden het perceel kan worden afgevlogen en de fladderzakken geplaatst kunnen worden.

De reegeit en de reekalveren zullen niet in een gebied gaan liggen of er uit vertrekken, waar zij nerveus van worden van de vreemde signalen. Zij zullen zich verstoppen op plaatsen waar zij zich wel veilig voelen bijvoorbeeld onder een braamstruik, in de hei of in andere ruigte.

Men dient echter de middelen zoals fladderzakken, pas de avond of namiddag voor het maaien in het perceel met lang gras te plaatsen. Zodat de reekalveren in de nacht het perceel verlaten of niet betreden. Als onverwachts het maaien niet doorgaat dan dienen de middelen onmiddellijk te worden verwijderd totdat er wel gemaaid gaat worden. De dieren leren namelijk snel de situatie als niet gevaarlijk herkennen. Volgens sommige boswachters komt het voor dat oudere reeën het "vreemdmaken" leren kennen als signaal voor het komende gevaar.

Afbeelding: Plaatsen flattertüten

Los van het voordeel dat van binnen naar buiten maaien voor wilde dieren heeft is het volgens ons efficiënter als je gebruik maakt van de stuurhulp. Als namelijk de eerste snede bij van binnen naar buiten maaien nauwkeurig wordt bepaald, bijvoorbeeld met GPS-stuurhulp dan wordt het steken tot een minimum beperkt en de buitenkant efficiënt gemaaid. Je rijdt minder over het gemaaide gras en je drijft de aanwezige dieren uit het perceel! Graag gaan we uitdaging aan als ons de middelen beschikbaar worden gesteld.


Afbeelding: Maak het de dieren niet moeilijk!


Maak het de dieren niet moeilijk!

Maai van Binnen naar Buiten

Maai niet de randen!

Afbeelding: Eenvoudig wildwaarschuwingssysteem

Ga naar het midden van het perceel

Afbeelding: Maai van binnen naar buiten

Maai van binnen naar buiten

Afbeelding: Maai, Tenslotte, randen en overhoeken

Maai daarna de randen


Tip: Gebruik uw stuurhulp!
GPS


www.over-reeen.nl
0575-556717
Prins Clauslaan 6
7251 AS te Vorden, Nederland

ContactTwitterFacebook
KvK-nr: 58588892

Logo - Kenniscentrum Reeën

Deel

U kunt ons helpen
door een bijdrage op
Bank: NL88 RBRB 0706 6041 64
t.n.v. Kenniscentrum Reeën te Vorden

Cookies instellen